Op 26 mei 2015 is de wet sociale veiligheid op school aangenomen. In deze wet staat dat een school voor iedere leerling een sociaal veilige leeromgeving dient te waarborgen. In augustus 2015 zal deze wet in werking treden. De Inspectie controleert vanaf augustus 2016 op de naleving ervan. In deze blog kunt u lezen welke wetswijzigingen plaatsvinden rondom sociale veiligheid, inzoomend onderdeel pesten en waar nog onduidelijkheden over zijn. Het is me namelijk opgevallen dat vele scholen nog niet op de hoogte zijn van hun aanstaande verplichtingen.

Een kind dat wordt gepest, draagt dat zijn hele leven mee. Verschillende onderzoeken tonen aan dat gepeste kinderen op latere leeftijd meer kans hebben tot psychische problemen, depressie en zelfs zelfmoord. Kinderen kunnen zich niet goed ontwikkelen door een sociaal onveilig klimaat in de klas. Persoonlijk vind ik dat kinderen zich binnen en buiten het schoolgebouw zich veilig moeten voelen. Dit is niet alleen een taak van school, maar van de hele maatschappij. Gelukkig is de regering het eens met deze stelling. Niet alleen beleid op papier, maar juist de uitvoering wordt expliciet opgenomen in wijziging.

Borgen van sociale veiligheid

Op de website van Stichting School en Veiligheid (bron: http://www.schoolenveiligheid.nl/expertise/sociale-veiligheid-2/) kunt u alle informatie lezen omtrent de wetswijziging sociale veiligheid. Toch zal ik een aantal punten onder de loep nemen, aangezien hier veel onduidelijkheid over bestaat en onwetendheid. Onwetendheid kunnen we niet verwijten aan scholen. De berichtgeving is namelijk, wat mij betreft, minimaal geweest.

Context scheppen

Onderstaand drie punten die daadwerkelijk wijzigen t.o.v. het huidige beleid. Per punt zal ik proberen een uiteenzetting te geven wat er nou exact veranderd. Deze maatregelen zijn opgesteld om pesten te voorkomen en tijdig ingrijpen bij pestsituaties. Ook worden scholen verplicht om verantwoording (expliciet) af te leggen over de resultaten van hun inspanningen. Al deze maatregelen worden gecontroleerd door Schoolinspectie.

1. Expliciete verantwoordelijkheid voor het voeren van sociaal veiligheidsbeleid

De huidige situatie is zo ingericht dat Schoolinspectie niet handhavend kan optreden, omdat de regels te vrijblijvend zijn. Nu is de verantwoordelijkheid van scholen helder, en regels zijn expliciet opgesteld. Nu kan inspectie wel regels handhaven.
Scholen moeten nu een omslag maken van ‘papier’-beleid naar uitvoering. In het beleid moet o.a. staan (naast de huidige regelgeving zoals preventieve maatregelen opstellen), welke methodes en programma’s aansluiten bij hun opgestelde doelen. Deze methodes moeten daadwerkelijk in gebruik worden genomen, zichtbaar zijn en wordt onderwerp van verantwoording.

  • Voordeel: scherp toezicht op het voorkomen van incidenten en tijdig kunnen ingrijpen. Scholen zijn niet verplicht om gebruik te maken van aangewezen anti-pestprogramma’s. Zo kunnen programma’s worden gekozen die passen bij de gemaakte schooldoelstellingen
  • Nadeel: er zijn nog vele onduidelijkheden over de daadwerkelijke uitvoering van het beleid en controle.

2. Verplichte monitoring van de veiligheidsbeleving van leerlingen

Verplichte monitoring ligt (vooralsnog) in een schemergebied. Voorheen was je als school niet verplicht om veiligheidsbeleving structureel te monitoren. Laat staan de resultaten delen met inspectie. Nadeel van deze methode was dat alleen ernstige incidenten werden gesignaleerd.

Nu wordt monitoren verplicht. Het monitoring-instrument moet actueel en een representatief beeld geven van veiligheidsbeleving. Het gaat daarbij niet om één en hetzelfde instrument voor alle scholen. Scholen die al een (succesvol) instrument gebruiken, kunnen dat blijven inzetten. Een bekend instrument wat gebruikt is in het verleden is RI&I. Let wel: de resultaten van de test geven een algemeen beeld van veiligheidsbeleving. Niet inzoomend op anti-pestbeleid.

  • Voordeel: door specifieke monitoringssystemen te gebruiken, i.p.v. algemene instrumenten, kunnen preventieve programma’s gerichter worden ingezet, om incidenten te voorkomen.
  • Nadeel: inspectie en het scholenveld werken momenteel samen aan beoordelingscriteria. Wij (van HeldenZijn) hebben een monitoringssysteem ontwikkelt, gericht op anti-pestbeleid en veiligheidsbeleving. Als deze regels worden aangepast, schept dit verwarring voor scholen en moeten zij weer systemen aanpassen. Scholen weten dus niet als zij gebruik maken van een monitoringssysteem, of deze voldoet aan eisen van inspectie, want deze kunnen elk moment worden aangepast.

3. Beleggen van de volgende taken bij een persoon: een vast aanspreekpunt voor leerlingen en ouders en coördinatie van het anti-pestbeleid

Momenteel is het niet verplicht om als school een vertrouwenspersoon en aanspreekpunt in te zetten voor leerlingen en ouders. De nieuwe wet verplicht elke school een vaste coördinator aan te stellen voor het pestbeleid en die ook fungeert als aanspreekpunt voor leerlingen en ouders. Een wettelijk verplichte anti-pestcoördinator moet voorkomen dat ouders van gepeste kinderen van het kastje naar de muur worden gestuurd. Met dat laatste bedoelt Staatssecretaris Sander Dekker (die deze wet heeft ontwikkeld), dat de anti-pestcoördinator een aanspreekpunt moet zijn voor leerlingen die worden gepest, en voor ouders die vragen hebben over pesten. Het moet duidelijk zijn waar iedereen terecht kan voor alles wat met pesten te maken heeft.

  • Voordeel: leerlingen en ouders weten duidelijk bij wie ze terecht kunnen. Ook is het vast
    aanspreekpunt, goed op de hoogte van het anti-pestbeleid, en is om die reden een gewaardeerde sparringpartner voor ouder, scholen en anti-pestprogramma’s. Dit is zeer efficient en waarschijnlijk effectief.Ik heb een onderzoek gelezen van René Veenstra, die de oorzaken van de zelfmoord van Fleur Bloemen probeerde te achterhalen. Uit dat onderzoek bleek dat een samenhangende aanpak,
    systematiek en structuur op school ontbraken. Er zijn in de eerste maanden van 2013 veel
    gesprekken gevoerd, waarin duidelijk werd dat sommige ouders van een gepest kind zich van het kastje naar de muur gestuurd voelden. Daarbij blijkt uit de klachten die elk jaar bij de landelijke klachtencommissies binnenkomen dat pestprotocollen, als die er al zijn, niet worden gevolgd. Kortom, 1 aanspreekpunt en uitvoerder is zo gek nog niet.
  • Nadeel: het is vooralsnog niet duidelijk of er coördinatoren extern, als zowel intern moeten worden aangetrokken en dat zij gecertifieerd moeten zijn. Er zijn opleidingen beschikbaar om zorgcoördinator te worden, ingezoomd anti-pestbeleid.
    Maar de vraag is of een aanspreekpunt ook echt verandering teweeg gaat brengen of dat scholen denken dat zij aan een Weerbaarheidstraining voldoende hebben? 300 docenten denken, volgens onderzoek van EenVandaag, dat alles bij het oude blijft. Waarom? De docenten zijn van mening dat er al aanspreekpunten zijn: “een mentor, afdelingsleider, vertrouwenspersoon en zorgcoördinator. (Bron: www.eenvandaag.nl/binnenland/docenten_anti_pestplan_dekker_gaat_niet_helpen)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.